skip to content

Laatste nieuws

Tips voor de eerste weken
(19-04-2010)... lees meer >
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Balice de la cour des perdrix
(24-05-2010)... lees meer >
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Interview met Joep Rooijakkers
(19-02-2010)... lees meer >
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Interview met Freddy Celen
(26-08-2009)... lees meer >
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
Voorjaarswedstrijden NCEF
(27-04-2010)... lees meer >
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Actueel

 


Interview met Freddy Celen

geplaatst op: 26.08.2009
Actueel >> Nieuws

Tekst: Ad Baijens
Foto’s: Carry Thijssen (op onze fotogalerij)
 

Diep verscholen op de Hei in het noord vlaamse land onthult Freddy Celen het geheim…
Epagneuls Breton fokken is zijn levenswerk, met de paplepel ingegeven en nog steeds niet klaar. De passie dreef zijn vader en drijft de zoon. Streng zijn voor jezelf en je eigen fouten en die van je hond willen zien. Het bracht ze naar de top en dicht bij het ideaal. Een Breton die gelijk de standaard is…..het is geen droom voor Freddy Celen.
Exclusief voor de Epagneul Breton Club Nederland bezochten we hem in zijn Bretonmuseum.

Fokken 20 x moeilijker dan dressuur, van vader op zoon!
Hij zegt het terloops en herhaalt het nog eens. Voor hem is het zonneklaar. Alles staat en valt met de juiste selectie en de fokkerij. We zitten gezellig in zijn oude huis dat op een privé eigendom van om en de nabij 4000 ha staat. Midden in het bos en van waaruit de bosarbeid wordt verricht. Freddy was er 20 jaar jachtwacht en toezichthouder. Hij is met pensioen maar mag er samen met zijn vrouw de dagen slijten. Wonderlijk paradijs voor een Bretonnier.
De vergelijking dringt zich op: het huis van Hervé Bourdon (zoon van Emile) in Callac is één verzameling relikwien waar de geschiedenis nog leeft. Meer dan honderd originelen van Riab, bronzen beeldjes en prijzen…le chenil de Cornouaille est vivante.
Het huis van Freddy Celen is niet veel anders.. behalve dan de reeks kerstgroeten van Bourdon aan Freddy, zijn vriend en bondgenoot in de fokkerij.
Ze betogen hetzelfde als hun vaders deden: Fok met goed materiaal en durf de fouten van je eigen hond te zien. Ze verfoeien het gebruik van halve honden, honden met grove en uiterlijke fouten en onbetrouwbare karakters. Als je met ze praat zie je de wetenschappelijke opvattingen in de kynologie in de praktijk worden gebracht. Mag ik het eens zo zeggen: deze mannen bewaren de geheimen, de kunst van het fokken voor ons en voor de toekomst.
Vaak zagen ze het bewezen: grote kampioenen met geweldige papieren bleken toch niet de gewenste kwaliteit door te geven en zij namen dan de broer of de zus van de kampioen.

Ideaal
Dé Breton voor Freddy Celen is een korte, compacte hond met een goed beendergestel, hoog aangezette korte oren, intelligente blik, niet overdreven gehoekt en vooral geen doorgezakte of ronde rug. Freddy leest niet voor uit de standaard (FCI) maar beleeft de standaard en noemt meteen de namen van de honden die aan dat ideaal beantwoorden. Zo is Jocky de St. Tugen er één. En dan brengt Freddy zijn eigen principe in de praktijk en beschrijft hij eerlijk zijn eigen Yorick van ’t Patrijzenland. (te smal in borstkas, mocht ronder zijn, rug perfect, rug iets korter en te stijf in de achterhand). Toch is Yorick zijn kampioen en oh zo effectief (42 deelnames 40 kwalificaties). De mooie zwart witte Breton stamt af van Freddy’s ideaal Gamin v.d. Ulfhei (de kennelnaam van pa Celen) waaruit ook Jan van Cadzand Merdour v.d. Ulfhei betrok en Sibelle voortkwam. De bloedlijn die al zo lang (vanaf 1932) bestaat en waar hij stug op doorzet op weg naar dat ideaal. Niet alleen mooi maar africhtbaar en effectief in de praktische jacht en de fieldtrial. Met een anatomie die de Breton in staat stelt de barrage te winnen. Daarin gaat het om stijl, snelheid, kophouding en veldaanpak. Weer een verwijzing naar de fokkerij. In de barrage wordt het materiaal bepaald waarmee feitelijk moet worden verdergewerkt.

 

Eigenwijs
Freddy Celen is een wandelende encyclopedie. Hij weet alles en uit z’n hoofd. Ik krijg aandrang om er een boek over te schrijven. Het is zoveel. Hij laat ons documenten en boeken zien met de bronnen van zijn kennis. Mag je dan eigenwijs zijn, het is eerder gewoon wijs en wij zouden moeten luisteren.
Freddy windt zich vaak op tijdens ons gesprek. Er is intussen een heel smakelijke wijn bij betrokken en we worden alledrie opgeslokt door de ons omringende Bretonwereld. Buiten de honden (6 stuks) en binnen de prenten en beelden, de boeken en de verhalen.
Foto’s laten iets zien van de passie maar is slechts een fractie.
Hij vindt dat het serieus moet gebeuren, consequent en met verantwoordelijkheid. Hij ergert zich mateloos aan flagrante fouten van keurmeesters en instanties die honden bevoordelen om de naam van de kennel, de fokker of de tentoonstelling te bevoordelen.
Freddy zegt er, weliswaar beleefd, het zijne van.
Freddy noemt de namen van de honden erbij. Ik laat ze weg. Het gaat niet zo heel goed met de Breton in Belgie, er zijn niet veel toppers en dus fokt men met de mindere goden. Het accent ligt niet op veldwerk meer. Het gesprek is enerverend en beschrijft de lotgevallen van de Belgische Bretonclub. Het zijn historisch bezien de terugkerende bewegingen in verenigingen. Daarin is Belgie niet uniek.
Zelf heb ik zo ook mijn ervaringen met de uitgesproken mening van Freddy Celen toen hij mijn Pascha en Pasties in Italie aan een ongevraagde keuring onderwierp. Nu wij, zoveel jaren later het glas heffen op gedeelde passie begrijp ik zijn motieven. Het is zijn streven naar perfectie, zijn betrokkenheid bij goede honden.

 

Van huis uit…
We moeten het vragen. Freddy maakt zelf uit wat ie wil vertellen. Hoe zit het met de kennelnaam v.d. Ulfhei van zijn vader en waarom fokt hij honden onder prefix Birtens..
Freddy vertelt ons alles, van de honden die hij kreeg en moest voorbereiden. Pa overzag de kwaliteit en nam ze dan over of verkocht ze. Maar Freddy hechtte zich aan de honden en moest ze steeds afgeven als ze niet goed genoeg waren voor de fokkerij. En is het niet zo bij alle groten: waar en wanneer passeert de leerling de meester. Zo is het gegaan bij Furry v.d. Ulfhei: niet goed genoeg voor pa (te fijn, te klein) maar lieveling van Freddy. Zo ging het bij Gamin (broer van Gerrie v.d. Ulfhei). Freddy wilde perse niet dat deze hond wegging en kocht hem zelf van zijn vader, werd er 3x Europees kampioen mee en is maar wat blij met zijn besluit. Het dreef vader en zoon niet werkelijk uit elkaar maar het zegt veel over hun opvattingen, hun bereidheid tot harde selectie. Principe was om zoveel mogelijk honden zo lang mogelijk te houden en te testen zodat het beste kon worden behouden voor de fokkerij. Toch boekten hun producten wel succes; Cadsand won Artenay en vice WK met Merdour, Veenendal en Bahlke brachten Gerrie v.d. Ulfhei naar de top, de heer Rooseleer Sibelle, Allan Nissen met Yoyo, Indekeu met Dolly en Cetula en Bouille met Hera.
Het is une belle histoire en mooi zoals Freddy het weet te verhalen.

 

Geschiedenis
Dan komen er dagboeken te voorschijn. Albert Rondelet en zijn vader werkten nauw samen en legden alles vast. Handgeschreven en kleine foto’s. Prachtig, prachtig. De Beek’s Champion General. Zij richtten de honden van Robbie Wilson af, Wilson de grondlegger van de Bretons in des Pays du Nord.
Alle stambomen zijn er nog, een schat aan kennis en gegevens die de sleutel vormen voor fokken in de toekomst.
De palmares is indrukwekkend: Over de jaren fokten ze 17 defintieve Belgische werkkampioenen en 20 schoonheidskampioenen. Het maximum ligt op twee nesten per jaar, soms één en soms zelfs geen.
Brac de Cornouaille, Basgard, Pradalan, Roc Hellou, Cosquerou. Honden, honden komen voorbij. Wat hebben de matadoren die we interviewen toch een ontembaar verlangen om te vertellen en details erbij te zetten. We genieten en het wordt later en later.
Het verhaal van Freddy gaat ook over zijn gezin. Met twee dochters en al een kleinzoon die al een beetje passie laat zien. Zelf viel hij met z’n gat in de boter want nadat hij de jachtwachter mocht helpen met de africhting van zijn Breton kon hij er jaren trainen en later zelfs wonen. Wikken en wegen en iedere dag de kinderen op en neer naar school. Ze hebben er geen spijt van. De vrouw van Freddy is bijgeschoven en vertelt mee.
We stellen vast: als we alles willen vertellen kunnen we wel maanden met elkaar optrekken.
Zo is ook de africhting er met de paplepel ingegoten. Freddy leert een hond wat ie van hem verlangt, doet ie ’t dan volgt de beloning, doet ie ’t niet dan volgt de straf. Het is consequent. Alles in dienst van dat kippenvelmoment voor Freddy Celen: een groot punt in het voorjaar. De Vlaming zegt: Dat is ’t schoonste wat er is.

 

Top drie
We gaan afsluiten met Freddy’s top drie in Bretons. Maar eerst komen alle grote kennels nog eens langs. De samenwerking met Morin (Keranlouan), Bourdon (Cornouaille) garandeert kwaliteit.
Ook een pleidooi om goede voorjagers met goede honden de kans te geven om deel te nemen aan veldwedstrijden om het CAC te winnen. Clubs moeten daar goed over nadenken. De fokkerij is gebaat bij die deelname van de betere honden en voorjagers.

En dan de top drie:

Jiji de Keranlouan (lelijk maar super effectief in het voorjaar)
Laika van Moulinari
Gamin v.d. Ulfhei (nooit een barrage verloren)
Het is niet vreemd dat de Waalse TV ooit een overzicht van het werk van Freddy Celen uitzond. Niet vreemd dus dat wij er deze aandacht aan besteden.

De foto’s getuigen van een fantastisch onthaal in Lommel. Freddy Celen, bedankt!

Laatst vernieuwd: 11.06.2010

Terug